Bij Intervisie bespreken collega’s op een methodische manier vraagstukken uit de (werk)praktijk. Deelnemers leren elkaar te consulteren over werkvragen en deze op een niet oordelende, maar lerende manier te behandelen.
Iemand die een probleem of vraag heeft laat zich door zijn collega’s adviseren en leert daarvan. Zijn of haar collega’s kunnen tegelijkertijd hun adviesvaardigheden ontwikkelen door samen aan het vraagstuk van collega’s te werken. Met Intervisie verbeteren deelnemers hun professionaliteit en kunnen er meer gedeelde opvattingen ontstaan over het handelen in bepaalde situaties.
Hoe werkt Intervisie of intercollegiale consultatie?
Bij Intervisie staat altijd een praktijkvraag van één van de deelnemers (de consultatiegever) centraal.
Intervisie richt zich niet alleen op de inhoudelijke vraagstelling maar betrekt daarbij ook de relatie tussen het vraagstuk en de persoon die het vraagstuk inbrengt (bijvoorbeeld: Waarom heeft hij/zij dit probleem? Wat houdt hem/haar tegen het zelf op te lossen? Welke rol speelt hij/zij zelf bij het veroorzaken of instandhouden?).
Bij Intervisie richten consultatievrager en –gevers zich in eerste instantie niet primair op het vinden van oplossingen voor het ingebrachte vraagstuk maar meer op het onderzoeken van achtergronden en oorzaken.
Een belangrijk kenmerk van Intervisie is de methodische aanpak. Zonder strakke discipline van een bewust gekozen consultatiemethode verwordt een consultatiegroep al snel tot een vrijblijvende praatgroep. Bij Intervisie kunnen meerdere gespreksmethodes worden gebruikt. Enkele voorbeelden daarvan zijn: de vijfstappenmethode, de tienstappenmethode, de roddelmethode en de dominante ideeënmethode. Per te behandelen vraagstuk wordt in overleg met de inbrenger een keus uit de beschikbare methodes gemaakt.
De consultatiegevers zijn te typeren als ‘adviseurs’ en zijn in de gelegenheid hun adviesvaardigheden verder te ontwikkelen. Het gaat daarbij om vaardigheden als:
- Onderscheiden van hoofd- en bijzaken
- Uitstellen van het oordeel
- Formuleren van open vragen
- Ordenen en samenvatten
- Beweeglijkheid tussen sturen en volgen
- Gebruik van verschillende communicatie Intervisie niveaus
De aanpak
Intervisie vindt bij voorkeur plaats in groepjes van zes à acht professionals, liefst met een gemêleerde samenstelling qua achtergrond, leeftijd, ervaring e.d. De frequentie van de bijeenkomsten is doorgaans eenmaal per zes weken.
Een Intervisie-bijeenkomst duurt bij voorkeur 3 à 4 uur. Per bijeenkomst kunnen doorgaans twee consultatievragen worden behandeld. Aan het eind van de bijeenkomst wordt afgesproken wie de volgende keer de consultatievragers zijn. Per consultatie wordt in overleg met de vrager een methodiek gekozen.
Om de Intervisie-methodiek te leren is het raadzaam de Intervisie-groep gedurende de eerste bijeenkomsten te laten begeleiden. Al werkend kan de groep de procesbegeleiding zelf voor haar rekening nemen en kan de begeleider zich terugtrekken.
Discipline is een belangrijke voorwaarde voor het succes van Intervisie. Daarom is het aan te bevelen dat de groep onderling een van tevoren vastgestelde cyclus van bijeenkomsten (bijvoorbeeld zeven à tien) overeenkomt. Tussentijdse toe- of uitreding is niet toegestaan. Na afloop van de cyclus worden ervaringen geëvalueerd en wordt al of niet tot voortzetting besloten.